Vijfentwintig jaar.
Vijf continenten.
Honderden bedrijven.
Tientallen overheden.
De "Trading tales" zijn geen verhalen over producten.
Of over markten. Het zijn verhalen over mensen.
Over ondernemers die nieuwe partners zoeken.
Over overheden die helpen of juist tegenwerken.
Ze zijn evenmin een walk down memory lane; de meeste staan vandaag nog steeds recht overeind.
Elk verhaal is waar.
Ik was erbij.
___________________
Anecdotes uit meer dan 25 jaar in internationale handel. Als exporteur, als liaison, als consultant en uiteindelijk als schrijver over handel en politiek.
Ik heb verhalen aangehoord en zelf verteld. Goede en minder goede. Veel ervan samen met business partner en goede vriend Vinod Sharma, met wie ik "ValueMagics, a road map from cost to value" heb geschreven.
ValueMagics begint als thesis voor mijn "Masters B2B" aan de TU Eindhoven. Dank zij connecties van Vinod krijgen we het boek gepubliceerd bij McGraw-Hill, een van de belangrijkste uitgevers van business- en managementliteratuur ter wereld.
Dan komen ook de uitnodigingen binnen uit onverwachte hoeken, zoals deze uit Dubai:
Presenting Valuemagics' model with Vinod Sharma during the Global Trade Development Week in Dubai, 2014
1. The Call
Het is zaterdag 6 april 2002. We varen door de baai van Cartagena met Jorge Eduardo Ramírez, directeur / eigenaar van een Colombiaanse staalfabriek. Ramírez’ bedrijf neemt deel aan ons exportprogramma voor zijn sector. Hij heeft al twee keer een stand gehad op “Tube Düsseldorf" en een eerste order uit Oostenrijk is al binnen.
Dan gaat zijn mobiele telefoon af. Na een kort gesprek bergt hij zijn telefoon op.
"We have a problem"
De beller is een medewerker van het Amerikaanse Department of Commerce. Maandagmorgen moet een volledig overzicht van kostprijzen, verkoopprijzen en marges in Washington liggen. Anders volgt een anti-dumping onderzoek.
___________________
Begin deze eeuw voert de regering-Bush een protectionistischer staalbeleid. De maatregelen zijn vooral gericht tegen China, maar ook Colombiaanse producenten worden geraakt. Een klacht van een Amerikaanse fabrikant -en die zijn er al heel gauw- is al voldoende om een onderzoek te starten.
Het weekend is voorbij. Terug op kantoor werkt het hele bedrijf aan één dossier. Op tijd reageren is cruciaal. Wie de gevraagde informatie niet levert, loopt het risico op torenhoge anti-dumping heffingen en kan de US-markt wel vergeten. Die zijn nu bijna 40% van zijn omzet.
Internationale handel wordt niet alleen bepaald door prijs en kwaliteit. Soms is één telefoontje uit Washington voldoende om de prioriteiten van een bedrijf volledig te veranderen.
2. A Missing link
Between three islands.
Between two governments.
Will Johnson, oom van huidig gezaghebber Jonathan Johnson van Saba, zet in 1993 tijdens een vergadering in den Haag de toon:
"The agenda of this meeting reveals a clear concern on the part of the government in The Hague for the rule of law and for good and proper governance on Saba and Statia".
"Our concept of good government does not include euthanasia, abortion, free use of drugs and certainly not the handing out of money to people to sit down and do nothing. We respect the sanctity of life and the obligation to earn a living through the concept of "by the sweat of our brow".
"Our people are different; and that too must be respected under international law."
Twintig jaar later kaatst Mark Rutte de bal terug:
"Als u uit het Koninkrijk wil, en een meerderheid van uw bevolking steunt dat, dan is dat mogelijk. Dan belt u even en dan regelen we dat."
Die twee zinnen zeggen alles over de verhouding tussen Caribisch Nederland en Den Haag.
_____________________
In 2015 zit ik op het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties bij weer een periodiek overleg tussen den Haag en de Caraibisch Nederland.
Van links naar rechts: Liaison officer Willem Vanderheul, Secretaris Generaal Maarten Camps, Gemeentesecretaris Bonaire Nereida Gonzalez, Gezaghebber Edison Rijna en gedeputeerde Edsel Winklaar.
De sfeer is gespannen. Als Edsel Winklaar het probleem van de groeiende ezelpopulatie op Bonaire aansnijdt, denkt Maarten Camps met een kwinkslag -"Jullie met je heilige ezels" - de zaak te kunnen sussen. Het resultaat is een zwaar beledigde Winklaar, die zijn frustratie niet verbergt. Camps vertrekt geen spier.
______________________
Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Drie kleine eilanden. Drie Nederlandse gemeenten. Economisch kwetsbaar. Toerisme is vrijwel de enige bron van inkomsten. Iedereen weet dat de economie breder moet worden. Toch komt nieuwe economische ontwikkeling niet van de grond.
Wij proberen daar verandering in te brengen -naief als we zijn.
Ons plan is eenvoudig. Een snelle ferry tussen Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba. Niet als toeristische attractie, maar als economische levensader. Ondernemers, studenten, werknemers en goederen zouden zich eindelijk gemakkelijk tussen de eilanden kunnen verplaatsen. Handel begint met bereikbaarheid.
Alleen helpt de zee niet mee. Diep water. Sterke stromingen. Hoge golven. Om oplossingen te vinden komen we via een vriend van me in Nieuw-Zeeland terecht. Daar varen al jaren snelle ferries onder vergelijkbare omstandigheden.
Samen met gespecialiseerde bedrijven ontwikkelen we een haalbare business case. Het voorstel gaat naar de eilandbesturen. En naar Den Haag. Daarna wordt het stil.
Ondertussen landt de ene na de andere Haagse delegatie op de eilanden. Er wordt gesproken. Overlegd. Werkgroepen ingesteld. Nieuwe studies aangekondigd. Op de eilanden bestaat daar een bijna cynische uitdrukking voor: overlegtoerisme. Ambtenaren vliegen duizenden kilometers om vooral met elkaar te praten.
De ferry komt er uiteindelijk toch. Jaren later. Met Nederlands geld.
Dat is goed nieuws voor de eilanden. Maar tegelijkertijd blijft de vraag hangen waarom een project dat economisch zo voor de hand ligt, meer dan 7 jaar moet wachten.
De BES eilanden vragen niet om liefdadigheid. Ze vragen om de kans hun eigen economie te ontwikkelen. Economische ontwikkeling begint niet met geld. Ze begint met een overheid die luistert.
3. Waiting for Lipton
We zijn in Oost-Afrika voor een programma met lokale consultants, die bedrijven coachen op weg naar de Europese markt. Tijdens een bezoek aan Tea Auction in Mombasa valt mij iets merkwaardigs op. Er wordt een nieuwe partij thee gepresenteerd, maar niemand biedt. Pas wanneer één man zijn hand opsteekt, komt de handel op gang.
"Wie is dat?" vraag ik aan een van de consultants.
"The buyer for Lipton" is het antwoord.
___________________
Aan het begin van deze eeuw is de Mombasa Tea Auction het belangrijkste handelscentrum voor thee uit Oost-Afrika. Daarvoor was dat Londen. Producenten uit Kenia, Oeganda, Tanzania, Rwanda en Burundi verkopen hier hun thee aan exporteurs van over de hele wereld. Formeel is het een vrije veiling. Iedereen mag bieden.
Toch bepaalt één koper het tempo. Zolang de inkoper van Lipton (Unilever) zwijgt, wacht de rest af. Pas als hij wel of niet biedt, volgt de markt.
Op dat moment besef ik dat een markt niet altijd zo vrij is als het lijkt. De spelregels zijn voor iedereen gelijk, maar de grootste speler bepaalt vaak de richting.
Marktmacht zit niet altijd in regels of contracten. Soms -of vaak- is de invloed van één dominante koper voldoende om een hele markt in beweging te zetten.
4. USA Today
Tijdens een bezoek aan een call-center in India zie ik op vrijwel ieder bureau dezelfde krant liggen: USA Today.
"Waarom leest iedereen die krant?" vraag ik. "Om met Amerikaanse klanten te kunnen praten."
De medewerkers lezen de krant niet om het nieuws te volgen. Ze lezen over honkbal, het weer, televisieprogramma's en de actualiteit. Niet omdat het moet, maar omdat een paar minuten small talk aan het begin van een telefoon-gesprek het verschil kunnen maken.
_________________
In de jaren negentig en het begin van deze eeuw verplaatsen veel Amerikaanse bedrijven massaal hun call-centers naar India.
De lage loonkosten zijn aantrekkelijk, maar er kleven ook nadelen aan. Medewerkers werken 's nachts om overdag bereikbaar te zijn voor klanten in de Verenigde Staten. Dat leidt tot gezondheidsproblemen, een hoog personeelsverloop en sociale ontwrichting.
Steeds meer bedrijven in India gaan daarom op zoek naar alternatieven. Uruguay blijkt verrassend aantrekkelijk. Er is nauwelijks tijdsverschil met de Amerikaanse oostkust, de overheid stimuleert buitenlandse investeringen en medewerkers krijgen intensieve trainingen in de Engelse taal én de Amerikaanse cultuur.
Outsourcing draait niet alleen om loonkosten. Het draait ook om bereikbaarheid, cultuur en begrip.
5. Turn the map
In 2015 heb ik samen met TNO, dat net een kantoor geopend heeft op Aruba, een afspraak met de Arubaanse premier Mike Eman. De vraag op tafel is hoe Aruba een brug kan vormen voor Nederlandse bedrijven die zaken willen doen in Latijns-Amerika.
Maar na een tijdje stel ik Eman een andere vraag.
"Waarom kijkt Aruba niet de andere kant op? Waarom richt Aruba zich niet op bedrijven uit Brazilië, Colombia, Venezuela, Ecuador en Centraal Amerika die de Europese en Amerikaanse markt op willen?
De meeste bedrijven in Europa hebben Aruba niet nodig als ze de markt op willen in Latijns-Amerika. Andersom is dat vaak wel het geval.
Aruba heeft meer te bieden dan alleen een gunstige ligging. Het eiland kan commerciële ondersteuning bieden, financiële structuren opzetten en technische kennis leveren, onder meer via de nieuwe vestiging van TNO.
Mike Eman gaat letterlijk op het puntje van zijn stoel zitten.
"Interessant; vanuit dat perspectief hebben we het nog niet bekeken”
_____________________
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken houdt elke twee jaar een handelsconferentie in den Haag met hoofden van Ministeries en export organisaties uit opkomende landen.
Het is een goede gelegenheid om het "Aruba-model" met de omliggende landen in Latijns Amerika te bespreken. Na de conferentie nodig ik Ricardo Estrada, directeur van Corpei, -Ecuador's export agency- uit bij mij thuis in Eindhoven.
Ricardo gaat in Ecuador met de garnalensector rond de tafel zitten. Het is Ecuador's grootste exportsector, maar nu gaat er nog te veel naar Azië zonder dat daar toegevoegde waarde in zit. Op Aruba kan er verpakt, ingevroren en andere bewerkingen toegevoegd worden.
Vanuit Honduras krijg ik dezelfde positieve reactie. Via de branchevereniging van avocadotelers in Honduras hoor ik dat ze gaan onderzoeken of ze guacamole kunnen produceren en verpakken in Aruba voor de EU-markt.
In Aruba heb ik met Eman ook de topic van "medisch toerisme" aangesneden. Hier liggen snelle opportunities voor Aruba zonder grote investeringen. Ik beloof Mike Eman dit te onderzoeken in ons netwerk. Mijn eerste gedachte gaat uit naar Colombia, waar ik eerder een kliniek bezocht heb met veel klanten uit de USA.
Een paar maanden later ga ik met de program manager van Proexport Colombia naar de San Vicente Fundación kliniek in Medellin.
Een hypermoderne kliniek, die ook klanten uit de VS heeft, omdat verzekeraars daar vele malen goedkoper terecht kunnen.
Met een vestiging in Aruba haalt een verzekeraar een grote barrière voor patiënten weg: het imago van Colombia. De meeste mensen weten niet dat de kwaliteit van de medische zorg in Colombia al decennia hoog aangeschreven staat.
Wij weten het uit eigen ervaring, toen we in 1984 onze dochter meenamen naar de Clinica Barraquer in Bogotá, destijds al een van de beste oogklinieken op het Westelijk halfrond.
_____________________
In Medellin doen we ons verhaal aan de directeur van de kliniek en een aantal van de chirurgen. Men wil een vestiging in Aruba zeker overwegen. En belangrijker nog, de chirurgen zijn enthousiast: een paar maanden werken in Aruba is heel aantrekkelijk.
_____________________
Soms ontstaat een nieuw business model niet door een betere oplossing te bedenken, maar door dezelfde vraag vanuit een ander perspectief te bekijken.
6. Green pigment
Op de European coatings beurs in Neurenberg stapt al snel een potentiële klant de stand van een van onze bedrijven binnen.
"What kind of pigments do you produce?"
Maandenlang hebben we ons op deze vraag voorbereid. Van alle Indiase pigment producenten in ons exportprogramma blijkt één bedrijf iets te maken wat vrijwel niemand anders kan: een hoogwaardig groen pigment. Dat moet hun visitekaartje worden.
De directeur glimlacht vriendelijk. "We make all kinds of pigments, sir."
De moed zinkt me in de schoenen. In één zin is ons hele verhaal verdwenen.
____________________
Tijdens het exportprogramma begeleiden we een groep Indiase producenten van coatings, harsen en pigmenten die de Europese markt op willen. De grootste uitdaging is niet de kwaliteit van hun producten, maar hun onderscheidend vermogen. Vrijwel iedereen biedt hetzelfde aan - tegen dezelfde prijs.
Na veel zoeken vinden we één duidelijke Unique Selling Proposition. Het groene pigment is technisch complex, internationaal gewild en geeft het bedrijf een unieke positie. De directeur krijgt zelfs een speciale training om dat verhaal overtuigend te vertellen tijdens de beurs.
Tevergeefs.
Op de terugweg realiseer ik me dat een Unique Selling Proposition geen marketing term is. Ze werkt alleen als de ondernemer er zelf volledig van overtuigd is.
Wie alles probeert te verkopen, verkoopt uiteindelijk niets. Internationale klanten zoeken niet meer van hetzelfde, maar specialisatie.
7. The Last Catch
De vissector in Suriname heeft via de ambassade in Paramaribo een verzoek bij Buitenlandse Zaken neergelegd om te zien hoe we hen kunnen helpen. Ze hebben zware concurrentie van Venezolaanse boten. De Surinaamse overheid treedt niet hard op tegen schending van territoriale wateren in ruil voor hulp uit Venezuela bij de winning van ruwe olie.
_____________________
Bij ons eerste gesprek zitten ook twee Urker vissers aan tafel, keurig gekleed in Ralph Lauren broeken en hemden. Ze nodigen ons uit bij hun visverwerkingsbedrijf te kijken.
Onderweg vertellen ze hun verhaal. Na een Nederlandse sanerings-regeling van 800.000 gulden zouden ze met dezelfde schepen naar Jemen zijn vertrokken. Dat avontuur eindigt abrupt als de Jemenitische luchtmacht -drie straaljagers?- hen volgens eigen zeggen letterlijk de territoriale wateren uit jaagt. Uiteindelijk belanden ze in Suriname, waar ze weer volop aan de garnalen en visvangst mee doen.
__________________
De Urkers hebben de modernste machines voor visverwerking. De vissen worden handmatig gefileerd waarna de graten in een wastrommel gaan. Daar wordt het laatste vlees van de graten gehaald en de graten apart afgevoerd.
Het resterende vlees wordt gedroogd en verpakt en gaat naar de surimi fabrikanten in Japan. Die hebben zich al een paar keer beklaagd omdat het vlees nog steeds naar vis ruikt en dat mag onder geen enkel beding.
Dus wordt er tegenwoordig drie keer gewassen. Nog lang mogen surimi salades in Nederland nog als garnalen salade verkocht worden. Dat is nu terecht voorbij.
Ik vroeg me af of dit hun laatste avontuur zou zijn. Als Suriname ooit te klein voor hen wordt, varen ze waarschijnlijk gewoon weer verder. Er is altijd wel ergens een andere kust, een andere haven en een andere vangst.
"O ja. . . . of we iets konden doen aan de diesel prijzen want die gaan door het dak".
We hebben de Urkers niet geholpen.
8. The silent director
Normaal zitten we met z'n vieren aan de grote mahoniehouten vergadertafel in Port Elizabeth. De drie Duitse broers dragen, zoals altijd, hun grijze stofjassen. Een pak aantrekken voor een bezoek vinden ze onzin. Er moet wel gewerkt worden.
Maar als ik drie maanden later opnieuw de vergaderkamer binnenloop, zit er een onbekende man aan tafel.
"I'd like you to meet our new Managing Director."
Ik kijk verbaasd op. Het meest ongemakkelijke is misschien nog wel de stilte. De nieuwe directeur lijkt zich minstens zo ongemakkelijk te voelen als wij. Hij heeft geen woord gezegd, terwijl iedereen aan tafel weet waarom hij daar zit.
____________________
We helpen de Zuid-Afrikaanse fabrikant van carrosserieonderdelen al enige tijd bij zijn plannen voor after market in Europa. Via ons netwerk in de Stern Groep komen de eerste contacten met importeurs en distributeurs tot stand.
Na afloop van de meeting vraag ik aan een van de Duitse eigenaren wat er aan de hand was. Hij sluit de deur, kijkt even om zich heen en zegt zacht:
"We had no choice. He was Ford South Africa's purchasing manager. We had to appoint him and give him shares. Otherwise we would lose our business with the OEMs."
Het is de tijd waarin Black Economic Empowerment (BEE) steeds verder wordt ingevoerd. Het doel is begrijpelijk: meer economische kansen creëren voor de zwarte bevolking. Maar sommige ondernemers voelen zich gedwongen besluiten te nemen die vooral door politieke druk worden ingegeven. Daarnaast ontspoort het BEE programma maar al te vaak in positive discrimination.
De exportplannen voor Europa verdwijnen geleidelijk naar de achtergrond. Eerst moeten de opdrachten van Ford, Toyota en andere autofabrikanten worden veiliggesteld.
In internationale handel bepalen niet alleen de markt en de klant de strategie van een bedrijf. Soms zijn politieke spelregels minstens zo bepalend.
_____________________
Ter verduidelijking van dit verhaal: Zuid Afrika kent al lang een export schema voor de lokale industrie. Vooral de assemblage units van de grote automerken profiteren daarvan. Het programma is succesvol. Fabrikanten als BMW, Mercedes-Benz, Volkswagen, Ford en Toyota maken van Zuid-Afrika een belangrijke productie- en exportlocatie. Vooral de export van katalysatoren -platina- groeit uit tot een van de grootste exportstromen van het land.
Een voorbeeld:
Assemblagelijn van de BMW X3 in Zuid Afrika in 2021. De voorste X3 is bestemd voor de Nederlandse markt en komt na wat omzwervingen in mijn garage terecht.
_______________________
BMW assembleert de 3-serie in zijn fabriek in Rosslyn. Op de CKD kits* worden geen invoerrechten geheven. BMW exporteert katalysatoren en leren autostoelen -leer en platina in overvloed. Met die exporten verdient BMW export credits, waarmee ze een gedeelte van de torenhoge taxes op de 7-series uit Duitsland betalen.
Dit programma leidt tot protesten in de WHO. Vanaf 2013 moet Zuid Afrika het programma aanpassen. De klassieke export credits verdwijnen, de economische logica blijft vrijwel dezelfde.
In 2018 rolt de eerste X3 van de band in Rosslyn. Bijna 90% van de productie is bestemd voor de Europese markt.
_________________
*Een CKD-kit is een complete auto in onderdelen, bedoeld om in een ander land te worden geassembleerd.
9. Around the world
in 80 days
We gaan terug naar 1990. De hoogtijdagen van de globalisering. Een container de halve wereld over sturen kost minder dan $ 1.000
HCI Chemicals is een van de grootste bedrijven in import, opslag en distributie van chemicaliën in Latijns Amerika. In Venezuela zijn we druk met het bedenken van manieren om de schepen van zuster-maatschappij Andino, die vaak leeg terugvaren vanuit Latijns Amerika naar USA en EU, op te vullen met "back cargo" .
We krijgen onverwachte hulp uit Zuid Korea. Er is in Azië een tekort aan PVC. Een van de Koreaanse "kolossen" -LG Chemicals- zoekt een halffabrikaat voor de productie van PVC. Maar dat is wereldwijd net zo schaars.
In Venezuela hebben we een klant, die het halffabricaat kan maken dat LG nodig heeft. Alleen ontbreekt daar weer de grondstof voor en die moet geïmporteerd worden.
_________________
De commercieel attaché van de Zuid-Koreaanse ambassade in Venezuela belt me. Of we kunnen helpen. Een dag later zit hij op mijn kantoor in Torre Delta.
"Hans, you know these people. Can you get them what they need so that we can get what we need?"
Ik vertel hem dat het niet makkelijk zal worden, want importeren is op dat moment een issue in Venezuela vanwege een forse devaluatie. Maar daar zijn we goed in.
____________________
We kopen de grondstof van een Finse raffinaderij, die Russische olie verwerkt en opslag in Rotterdam heeft. De grondstof gaat naar Venezuela, waar het halffabricaat wordt geproduceerd. Dat verscheept Andino van Puerto Cabello naar Busan, Zuid-Korea, waar LG er kunststof van maakt. Vervolgens gaat het materiaal naar Indonesië voor de productie van binnenzolen voor sneakers. De zolen gaan naar Bangladesh, waar we een oude bekende tegenkomen: Young Ltd, een Koreaans bedrijf in de free zone in Chittagong. (zie Forgotton Cotton), waar duizenden mannen en vrouwen sneakers maken.
Women leaving the factory of Young Ltd. in the free zone of Chittagong, Bangladesh
En uiteindelijk komen diezelfde schoenen in winkels in Moskou en Helsinki terecht en is de cirkel rond. Around the world in 80 days. Niet omdat het moest. Maar omdat het goedkoper was.
Begin jaren negentig leek globalisering geen grenzen te kennen. Productie vond plaats waar de kosten het laagst waren. Logistiek was zo goedkoop dat afstand nauwelijks nog een rol speelde.
Globalisering maakte de wereld kleiner. Tot geopolitiek haar weer groter maakte.
1 augustus 2026