Venezuela-
olie en politiek
olie en politiek
De eerste 450 jaar
In 1525 reist de Spaanse kroniekschrijver Gonzalo Fernández de Oviedo y Valdés mee met Alonso de Ojeda op diens eerste ontdekkingsreis naar Venezuela. Jaren later schrijft hij in zijn boek Historia general y natural de las Indias (1535):
“Op de westelijke punt bevindt zich een bron van een olieachtige vloeistof naast de zee . . . door de lokale bevolking stercus demonis [duivelse uitwerpselen] genoemd.”
Het is de eerste bekende referentie aan olie in Venezuela.
De lokale bevolking weet er al lang raad mee. Ze gebruiken het om kano’s waterdicht te maken, wapens te onderhouden en als medicijn. De Spanjaarden kijken, leren en nemen over. In 1539 vertrekt het eerste vat olie naar Spanje, bedoeld om de jicht van keizer Karel V te verlichten.
De eerste Venezolaanse olie-export is een feit.
_______________________
Cacao, koffie en . . . .
Daarna is het stil. Tot 1800 speelt olie geen rol van betekenis. De aandacht gaat uit naar cacao en koffie. Venezuela groeit uit tot een agrarische exportmacht en zelfs tot een van de grootste koffie-exporteurs ter wereld. Joodse handelaren, die zich vanuit Curaçao in Venezuela gevestigd hebben, spelen een belangrijke rol in de financiering van productie en export.
De Spanjaarden zijn praktisch failliet door de vele oorlogen in Europa. Die oorlogen gaan meestal over de enorme rijkdommen in de koloniën. In ruil voor financiële steun geeft Karel V het bestuur van Venezuela tijdelijk aan de Duitse bankiersfamilie Welser uit Augsburg. Dat trekt natuurlijk veel gelukszoekers uit Duitsland.
. . . . . weer olie
In 1799 ontdekt Alexander von Humboldt een oliebron op het schiereiland Araya. Enkele decennia later onderzoekt de arts José María Vargas aardolie in opdracht van de regering. Zijn conclusie: deze stof is waardevoller dan goud.
Maar de wereld is Venezuela al voorbij. In 1859 boort Edwin Drake in Pennsylvania de eerste moderne oliebron. Kort daarna start John D. Rockefeller zijn imperium met Standard Oil (Esso). De olie-industrie is geboren, maar nog niet in Venezuela.
Pas in 1875 komt daar verandering in. Manual Pulido richt de de eerste Venezolaanse oliemaatschappij op: Compañía Nacional Minera Petrolia del Táchira. Met een kleine raffinaderij, die benzine, diesel en vooral kerosine en parafine -het licht van de 19e eeuw- produceert.
Het begin is er. Maar het blijft klein.
____________________
Oil & Politics
Aan het begin van de 20e eeuw verandert alles. Niet geleidelijk, maar abrupt. Juan Vicente Gómez grijpt de macht. Hij brengt iets wat Venezuela zelden heeft gekend: stabiliteit. Hard, autoritair, maar voorspelbaar. Precies wat buitenlandse investeerders zoeken.
In het oosten bevindt zich op het schiereiland Paria een natuurlijk stromende olielagune -Laguna de Guanoco. In 1913 wordt dit door New York & Bermudez als natuurlijk asfalt op de markt gebracht o.a. voor de straten van New York.
In 1914 wordt in Mene Grande de eerste commerciële oliebron aangeboord -Zumaque 1. Het bewijs is geleverd -Venezuela zit op olie. Veel olie.
Gómez opent Venezuela, niet voorzichtig, maar wijd open. Olieconcessies worden uitgedeeld aan bevriende elites, die ze vrijwel direct doorverkopen aan buitenlandse bedrijven, Shell voorop. Amper een jaar later koopt Shell de raffinaderij van de Amerikaanse Caribbean Petroleum Company in Curaçao. Een strategische zet.
Eeuwen eerder hebben wij de eilanden voor de kust van Venezuela veroverd op de Spanjaarden. Nou ja, veroverd: de Spanjaarden hebben dan al geen interesse meer in die "islas inutiles" [nutteloze eilanden]. Daar komt de naam Antillen vandaan.
Maar zo nutteloos is Curaçao niet. Het heeft iets wat Venezuela niet heeft: een diepe, natuurlijke haven. Shell bouwt de raffinaderij uit tot een van de grootste ter wereld. Daar wordt de zware olie omgezet in bruikbare brandstoffen: stookolie, diesel, kerosine. Klaar voor de wereldmarkt.
_______________________
Blow-out en boom
De echte klap volgt in 1922: een giga-blowout van olieput Cabimas Barroso No. 2. De aarde scheurt open en spuwt dagenlang een gigantische straal olie de lucht in. Het nieuws gaat de wereld over. Investeerders aarzelen niet langer. Dit is geen belofte meer. Dit is een goudmijn.
Binnen enkele jaren verandert Venezuela compleet. In het westen en oosten van het land verrijzen boortorens. Tankers vullen de havens. Dorpen groeien uit tot oliesteden. Grote buitenlandse bedrijven vestigen zich in het land. Venezuela is een olieland geworden.
En natuurlijk is ook de KLM van de partij. Het begint met de route Caracas-Willemstad en groeit al snel uit tot een dicht netwerk.
______________________
Rijkdom en macht
Het land wordt in recordtempo rijk. Maar het ontwikkelt geen eigen industrie, geen eigen technologie, geen brede economie. De winning is in buitenlandse handen, de technologie en organisatie is buitenlands. De olie stroomt, maar de kennis en controle liggen elders.
Op voorstel van Venezuela wordt de OPEC opgericht. Na het embargo van de Perzische Golf oliestaten op exporten naar VS en Nederland in 1973 verhogen ze hun prijzen met 70%. Venezuela's olie-inkomsten stijgen met 400%.
Na de oliecrisis van 1973 is de periode van economische voorspoed voor Venezuela relatief kortstondig. De Venezolaanse olieminister en medeoprichter van de OPEC, Juan Pablo Pérez Alfonzo, waarschuwt dan al met gevoel voor historie:
"Over tien, twintig jaar, zult u zien dat olie ons ten gronde zal richten . . . . Het is de uitwerpselen van de duivel."
__________________________
Andere eigenaar,
zelfde systeem
In 1976 nationaliseert Venezuela's president Carlos Andres Perez de olie-industrie. Buitenlandse bedrijven verdwijnen naar de achtergrond. De staat neemt het over via zijn eigen oliemaatschappij -PDVSA.
Eindelijk, de olie is van Venezuela. En aanvankelijk werkt het.
PDVSA wordt een van de best geleide staatsbedrijven ter wereld. Professioneel, efficiënt, internationaal gerespecteerd. De inkomsten stromen binnen. Het lijkt alsof Venezuela eindelijk de controle heeft. Maar onder de oppervlakte verandert er minder dan het lijkt.
Het systeem blijft hetzelfde -alleen de eigenaar verandert.
Oliegeld blijft de politiek domineren. Belastingen zijn nauwelijks nodig. Voor politici is hervormen riskant; uitgeven is aantrekkelijker want dat levert stemmen op. De staat wordt rijk, maar nog steeds afhankelijk.
De meeste Venezolanen profiteren van de rijkdom. Alles wordt geïmporteerd, van ganzenlever voor de elite tot Bourgondische premier cru's met eigen etiket voor de militairen. Met sterke bolivars en lege koffers vliegen Venezolanen naar Miami om inkopen te doen. De consumptie van whisky per capita is het hoogste van de wereld. Een van de eerste intercontinentale vluchten van de Concorde landt in april 1976 vanuit Parijs in Caracas.
In juni 1976 -zes maanden nadat de olie-industrie is genationaliseerd- draai ik met mijn Dodge V8 voor het eerst het industrieterrein in Valencia op. Frank, de manager van Holanda-Venezuela, heeft me twee dagen eerder een wegenkaart van Valencia en een prijslijst in mijn handen geduwd plus een cheque van $ 25.000 om een auto te kopen. Om 8am moet ik het kantoor uit zijn. "Elk gat in een muur is een potentiële klant".
Eerder die week heeft Tony Fieldhouse me opgehaald van Maiquetía, het vliegveld van Caracas. Als we de stad binnenrijden, ziet hij de verbazing op mijn gezicht over de wolkenkrabbers en six-lane highways. "Did you expect policemen riding on pigs?"
1950
We zitten in de jaren vijftig. De olie stroomt, maar downstream gebeurt er weinig. De petrochemische industrie komt niet van de grond. Alles wordt geïmporteerd, de olie-inkomsten maskeren dat probleem voor een regering die het niet wil zien.
Op Curaçao zit iemand die dat wél ziet.
1959
Eind jaren vijftig koopt Gerry Staartjes het aandelen-pakket van de Twentse Bank in Holanda Colombia, een klein bedrijf in Bogotá, Colombia -in 1921 opgericht door Shell. Staartjes werkt voor Shell op Curaçao en krijgt het benodigde kapitaal bijeen met hulp van een paar middenstanders in Willemstad.
Binnen enkele decennia bouwt hij het bedrijf om tot een serieuze multinational: Holland Chemicals International (HCI).
HCI benut een gat in de markt. De petrochemische industrie in Latijns-Amerika blijft achter, dus alles moet worden geïmporteerd -en dat is duur. Via kantoren in Houston en Amsterdam koopt HCI chemicaliën in, verscheept die in bulk, slaat ze op in eigen terminals en distribueert ze in vaten naar lokale markten.
1973
Na Colombia en Ecuador wil HCI ook Venezuela in. Staartjes stuurt een verkenner naar Caracas, die zich eerst meldt bij Shell de Venezuela S.A in het "Shell gebouw" aan het eind van de Avenida Vollmer.
Het antwoord is kort:
“Vergeet het maar, Venezuela is Shell-country.”
Dat is tegen de verkeerde persoon gezegd. Tien jaar later is Holanda-Venezuela de grootste distributeur van chemicaliën in het land.
__________________________
1976
Het industrie-terrein van Valencia is een showcase van de wereldeconomie: ik rijd langs de assemblage-fabrieken van Ford, GM, Chrysler, Volkswagen, Fiat. In de fabrieken eromheen zitten leveranciers van onderdelen, plastics en coatings -zoals Goodyear, Firestone, Delco, BASF, DuPont en Akzo. Verderop produceren Unilever en Procter & Gamble hun wasmiddelen en shampoos. Sommige kopen lokaal, bij andere kom ik niet eens voorbij de portier, zoals Knorr. Die krijgt de bijnaam "Fort Knorr". Voor Coca Cola importeren we de cafeïne, zodat ze niet met naam en toenaam op de publieke importstatistieken staan.
Ik tank mijn Dodge vol voor twee eurocent per liter, een fles water is duurder. Mijn appartement ligt aan de Avenida Bolivar tegenover Sears -hét symbool van American lifestyle.
Zowat alle bakkers zijn Portugezen, de goede restaurants zijn Amerikaans of Italiaans. Kreeft thermidor is het meest populaire gerecht in visrestaurants.
Ik leer Black Label met ijs en water te drinken. In de weekenden vindt je me in bruisend Caracas, waar meer te beleven is dan in Valencia -het Rotterdam van Venezuela.
______________________
1983
Begin jaren tachtig raakt Latijns-Amerika in een schuldencrisis. OPEC-landen houden zich niet aan hun quota en de olieprijs stort opnieuw in. Op 18 februari 1983 -Zwarte Vrijdag- wordt de bolívar gedevalueerd. De koers springt van 4,30 naar 7 per dollar. Importprijzen schieten omhoog. De weekendtrips naar Miami zijn voorlopig voorbij.
1984
Na zes jaar keer ik terug naar Venezuela en merk dat er nogal wat veranderd is.
General Motors is gestopt met de V8 motor. In mijn Buick Century zit een magere V6. Renault start de assemblage van zijn kleine 5. De kleinere modellen van Toyota veroveren de markt.
La Estancia -het beste vleesrestaurant van Caracas op loopafstand van ons kantoor in Torre Delta- biedt naast Braziliaanse nu ook goedkopere, lokale picanha aan. Californische wijnen maken plaats voor Chileense. Sears en veel andere ketens uit Amerika verdwijnen uit het straatbeeld.
___________________
1988
Venezuela kiest opnieuw voor Carlos Andrés Pérez -in de hoop op een terugkeer naar de rijkdom van de jaren zeventig. Hij doet wat de meeste politici niet durven: subsidies omlaag, prijzen omhoog, meer markt. De man, die in 1976 de olie-industrie nationaliseerde, haalt de buitenlandse oliemaatschappijen weer terug naar Venezuela. Maar het mislukt en hij wordt afgezet wegens corruptie.
De crisis is zichtbaar op straat. De middenklasse krimpt, armoede groeit, ongelijkheid wordt tastbaar. In 1992 doet Hugo Chávez een mislukte greep naar de macht. Hij verdwijnt in de cel -maar niet uit beeld.
1994
De bankencrisis, spaargeld verdampt. Jaren van slecht toezicht, leningen aan vriendjes en zelfverrijking eisen hun tol. Voor veel Venezolanen is dit het moment waarop de crisis niet langer abstract is, maar persoonlijk: geld veiligstellen, dollars, vertrekken. Olie is niet meer genoeg.
Aan het eind van de jaren negentig is Venezuela moe.
________________________
Hoop
En precies dan verschijnt Chávez opnieuw. Dit keer niet als couppleger, maar als kandidaat. Het is duidelijk, dat het anders moet.
Enige foto van Chávez en Sáez samen
1998
In de verkiezingen staan twee werelden tegenover elkaar: Hugo Chávez en Irene Sáez -burgemeester van Chacáo, ex-Miss Venezuela en Miss Universe. Chávez wint. Hij belooft een breuk met het verleden. Geen elite meer. Geen buitenlandse invloed. De olie is voor het volk.
Later zal hij tegen vertrouwelingen zeggen:
"Mijn business model is hoop. Als ik ze geef wat ze willen, lig ik een dag later eruit".
Dat heeft hij geleerd van Fidel.
________________________
2005
De olie-inkomsten worden ingezet voor sociale programma’s. Dat levert steun op, maar heeft een prijs. Investeringen dalen, onderhoud wordt uitgesteld de schappen in de supermarkt raken leeg. Miljoenen mensen moeten vertrekken, kennis verdwijnt.
2013
Als Chávez in Havana overlijdt, zet Nicolás Maduro de lijn voort, maar zonder de hoge olieprijzen die het systeem overeind hielden. De olie-industrie raakt de weg kwijt. De productie daalt met meer dan 60%. Lange tijd is Chevron de laatste westerse olie-maatschappij die nog produceert in Venezuela.
Mede OPEC-lid Iran wil wel helpen en probeert raffinaderijen draaiende te houden met levering van onderdelen. Maar in Venezuela zijn raffinaderijen niet op het metrisch systeem gebouwd: geen moer of schroef past. Raffinaderijen sluiten en Venezuela moet benzine gaan importeren.
Een land met de grootste oliereserves ter wereld kan zijn eigen brandstof niet eens meer produceren.
_________________________
2020
Een nieuwe elite komt op: de “enchufados” letterlijk “aangesloten" [op het elektriciteitsnet]. Dat zijn de aanhangers van Chávez en de militairen. Het gewone volk loopt op batterijen, hun scherm ziet er minder stralend uit.
Miljarden verdwijnen naar het buitenland. Venezuela is feitelijk failliet. Putin’s geduld raakt op, hij laat vliegtuig-ladingen met goud overvliegen als betaling van de schuld. China ontvangt olie als schuldaflossing.
En dan gebeurt er iets opmerkelijks.
Als de tegoeden van de enchufados in de VS worden bevroren, keert een deel van het geld terug. In Caracas verschijnen de bouwkranen. Winkelcentra schieten uit de grond: de militairen gebruiken het geld om luxe goederen te importeren. De Luis Vuitton’s van deze wereld keren terug naar Venezuela, al is dat maar voor een kleine groep. Het mega-jacht van Diosdado Cabello -Maduro's nummer twee- wordt steeds vaker in Venetië gespot.
_________________________
2026
Van de bijna vier miljoen vaten per dag in 1970 is de productie gedaald naar één miljoen per dag.
Venezuela is terug bij af. Honderd jaar na dictator Juan Vicente Gomez komen de Amerikanen terug. De parallellen dringen zich op, met één cruciaal verschil. Waar Gómez uit vrije wil zijn concessies onderhandelde, doet het onthoofde bewind dat uit nood.
Het Office of Foreign Assets Control in de VS geeft nieuwe licenties aan BP, Shell, Chevron, Eni en Repsol waardoor die weer aan de slag kunnen nadat ze in 2019 aan banden waren gelegd. Bedrijven die gecontroleeerd worden door Rusland, China en Iran worden geweerd. Royalties en belastingen aan Venezuela lopen via een door de VS beheerd fonds.
De klok is 100 jaar teruggezet: Venezuela heeft de olie, anderen de controle.
Maar voorlopig houden die "anderen" hun kruit droog. Chevron zegt voorlopig geen cent te investeren. Eerst maar eens kijken of het huidige bewind stand houdt tegen de toenemende druk van oppositieleider Machado en haar volgers. Die heeft in een wanhoopsdaad haar Nobelprijs aan Trump gegeven.
Buitenlandse investeerders houden niet van gedonder.
April 2026