Nadat Trump een jaar lang importtarieven heeft opgelegd, sluit hij in juli 2025 in het clubhuis van Turnberry -Trumps golf resort in Schotland- een voorlopig handelsakkoord met Ursula von der Leyen tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie.
Een jaar later keurt het Europees Parlement de deal goed. Opvallend genoeg probeert de EU daarbij handel en geopolitiek strikt gescheiden te houden, zelfs wanneer Trump in 2026 opnieuw over Groenland begint.
Dat klinkt logisch. Maar historisch gezien is het eerder uitzondering dan regel. Eeuwenlang zijn handel, macht en geopolitiek onafscheidelijk. En weinig producten tonen dat duidelijker dan katoen.
Historie
In het rijtje van grote producten uit de wereld-geschiedenis, zoals zout, specerijen, suiker, tabak en olie- wordt katoen nauwelijks genoemd. Toch is katoen halverwege de 19e eeuw hét strategische product van de industriële wereld.
Tarieven
Eind 18e eeuw is de import van superieure katoen uit het Indiase subcontinent, zoals mousseline -"een web van geweven wind" uit Dhaka*- een bedreiging gaan vormen voor de lokale wol- en linnenindustrie. Dus worden er tarieven opgelegd.
Pas nadat Engeland inziet dat de opmars van katoen niet te stuiten is, ontneemt Londen de East India Company zijn monopolie op de import en begint vrijhandel te prediken.
In 1846 schaft Engeland de importtarieven op katoen uit Amerika af. In 1860 vertegenwoordigt katoen 50% van alle Amerikaanse export. Vanuit Amerika, Brazilië, Oost-Afrika en India vult het via Liverpool -één van de grootste havens van Europa- de productielijnen van de meeste fabrieken in Manchester, het centrum van de industriële revolutie.
Katoen is ook de economische basis van slavernij in de Amerika. Zelfs de Amerikaanse Burger-oorlog kan nauwelijks begrepen worden zonder de centrale rol van katoen.
Katoen verbindt plantages in Amerika met banken in Londen. Handel, arbeid en kapitaal draaien allemaal rond dezelfde grondstof.
Katoen is dé geopolitieke supermacht van de wereld.
* We zoomen in op Dacca Muslin: het volgende verhaal is een samenvatting uit "The ancient fabric that no one knows how to make" van Zara Gorvett voor BBC Future.
"Dacca muslin"
De stof die Europa uit de kleren krijgt
Hoe een flinterdunne stof uit Bangladesh de mode in Europa verandert, de Britse industrie rijk maakt en een complete economie ten val brengt
Wat hebben een modegril, de Industriële Revolutie en het Britse kolonialisme met elkaar gemeen?
Het antwoord is verrassend eenvoudig: katoen. Aan het einde van de achttiende eeuw ontstaat in Europa een klein schandaal. Dames uit de hoogste kringen lijken ineens halfnaakt over straat te lopen.
Hoe kan dat? De schuldige heet Dhaka-muslin. Een flinterdunne katoenen stof uit het huidige Bangladesh, zo fijn geweven dat ze bijna onzichtbaar is. Spotprenten uit die tijd laten vrouwen zien in lange mousselinejurken. Hun silhouet? Volledig zichtbaar. Billen, tepels en zelfs schaamhaar zijn nauwelijks verborgen. Voor de één het toppunt van elegantie. Voor de ander pure zedeloosheid.
Maar achter deze modetrend schuilt een veel groter verhaal.
Een stof die de wereld verovert
Dhaka-muslin wordt geweven van de vezels van een bijzondere katoenplant die groeit langs de Meghna-rivier in de Gangesdelta.
Over de oorsprong van de naam bestaan verschillende theorieën. Sommigen denken dat Europese handelaren de stof voor het eerst leren kennen in Mosul, in het huidige Irak. Vandaar: muslin. Hoe het ook zij, de stof is al eeuwenlang beroemd voordat Europa haar ontdekt. De oude Grieken en Romeinen kennen haar al. Egyptische kooplieden schrijven er tweeduizend jaar geleden al over. Later prijzen ook Arabische, Berberse en Chinese reizigers de uitzonderlijke kwaliteit. Dhaka-muslin is de haute couture van haar tijd.
Duurder dan goud?
Bijna. Een meter van de fijnste Dhaka-muslin kost omgerekend tussen de 10.000 en 50.000 euro. Zelfs de mooiste zijde is twintig keer goedkoper. Koningin Marie-Antoinette draagt haar. Joséphine Bonaparte eveneens. En ook Jane Austen behoort tot de bewonderaars. Wie muslin draagt, laat niet alleen smaak zien. Maar vooral rijkdom.
Europa ontdekt een goudmijn
Europese handelaren zijn diep onder de indruk. De kwaliteit van de Bengalese stof overtreft alles wat zij kenden. Al snel verlaten enorme hoeveelheden muslin de haven van Sonargaon richting Europa. De handel bloeit. Maar niet voor lang.
Hoe de Britten een wereldindustrie vernietigen
In 1793 krijgt de Britse Oost-Indische Compagnie de macht over Bengalen. Dat verandert alles. De traditionele afzetmarkt verdwijnt. De Britse Compagnie bepaalt voortaan wie koopt, hoeveel wordt geproduceerd én tegen welke prijs. De wevers krijgen voorschotten. Dat lijkt aantrekkelijk. Maar daar staat iets tegenover. Ze moeten steeds grotere hoeveelheden leveren. Voor steeds lagere prijzen. Daalt de kwaliteit? Dan eist de Compagnie een deel van het voorschot terug. Veel kleine familiebedrijven raken daardoor diep in de schulden.
Samuel Oldknow's textile mill in Lancashire
De perfecte roof
Alsof dat nog niet genoeg is, gebeurt er iets anders. Britse ondernemers bestuderen jarenlang ieder detail van het productieproces.
Hoe wordt de katoen verbouwd?
Hoe wordt het garen gesponnen?
Hoe wordt de stof geweven?
Die kennis nemen ze mee naar Engeland. In Lancashire combineert textielfabrikant Samuel Oldknow die kennis met de nieuwste spinmachines. Plotseling kan Groot-Brittannië zelf enorme hoeveelheden goedkope katoen produceren.
Wat eeuwenlang met de hand werd gemaakt, rolt nu uit de fabriek. Goedkoper. Sneller. En uiteindelijk vernietigend voor de makers in Bangladesh.
Het einde
In de twintigste eeuw is Dhaka-muslin vrijwel verdwenen. De eeuwenoude weeftechniek raakt verloren.
De unieke katoenplant – Phuti karpas – sterft zelfs uit. Wat ooit de meest begeerde stof ter wereld was, bestaat alleen nog in musea en oude reisverslagen. En daarmee verdwijnt niet alleen een textielsoort. Er verdwijnt een compleet hoofdstuk uit de economische geschiedenis.
Misschien is dat wel de echte les. De Industriële Revolutie begint niet alleen met uitvindingen. Zij begint ook met kennis die elders is opgedaan, met koloniale macht en met de vernietiging van een bestaande industrie.
Noord- Amerika
Maar niet alleen in Europa krijgt katoen een negatieve connotatie: Edward Atkinson, in het midden van de 19e eeuw katoenfabrikant in Massachusetts: ". . . geen ander product in het verleden heeft zo'n krachtige nadelige invloed op de geschiedenis en instellingen van dit land; en wellicht geen ander toekomstige welvaart ervan zo sterk bepaalt".
Atkinson heeft het over de VS en hun slavernij geschiedenis, maar zijn opmerking gaat ook op voor de wereld als geheel.
Zuid - Amerika
Mexico en Peru zijn de centra van de precolombiaanse katoenindustrie, maar de productie breidt zich ook uit naar Brazilië. Ook in het Caraïbische gebied is de katoenteelt wijd verbreidt. Columbus dacht zelfs dat hij in India was terecht gekomen; hij sprak over "eilanden vol katoen".
Afrika
Katoen kent ook in Afrika een lange geschiedenis. De plant werd waarschijnlijk het eerst verbouwd door de Nubiërs in Oost-Sudan, volgens sommigen al rond 5000 v.Chr.
Vanuit Sudan komt de katoen naar Egypte. Maar in de Egyptische beschavingen speelt katoen geen belangrijke rol.
Er is een andere reden waarom katoen in Afrika een rol van betekenis gaat spelen: de opkomst van de Islam. Met name de kleding van de vrouwen vraagt om grote hoeveelheden stof en katoen is doorvoor het meest geschikt.
Vandaag
De kaart hierboven is een simplistische voorstelling van de geografische waardeketen van katoen. Maar de kaart laat zien waar 75% van de katoenketen zich afspeelt.
Globalisering is de belangrijkste drijfveer geweest voor het gezegde "produktie gedraagt zich als water, het vloeit altijd naar het laagste punt"
Ruwe katoenbalen uit met name de VS en Brazilië worden massaal per vrachtschip geëxporteerd naar de grote industriële spinnerijen en weverijen in Azië (zoals China, India en Pakistan).
Rollen geweven stof worden doorgestuurd naar lage-lonenlanden met een extreem hoge dichtheid aan naaiateliers, zoals de dichtbevolkte kleding districten rond Dhaka in Bangladesh en Ho Chi Minhstad in Vietnam. Daar gaat het niet altijd goed. Ik heb in Dhaka en Chittagong de twee uitersten meegemaakt*:
In Dhaka was ik een jaar voordat het instortte in Rana Plaza, een gebouw van acht verdiepingen waar inkomende stoffen naar de bovenste etage gehesen worden en vervolgens per bewerking richting begane grond gaan. De ramp kostte meer dan 1000 mensen het leven.
In Chittagong leidde de Oostenrijkse manager van Young Ltd, een Koreaans bedrijf met 4000 werknemers, me rond. Een ultra modern bedrijf met eigen ziekenhuis, kraamkamers, brandweer en alle mogelijke faciliteiten die je niet vaak in Oost-Azië tegen komt.
De kant-en-klare kleding wordt per containerschip of vliegtuig gedistribueerd naar de grootste consumenten markten in Europa, Noord-Amerika en Oost-Azië.
*zie Bangladesh - onze ervaringen
___________________
We zijn diep in katoen als aanjager van de Industriële Revolutie in Europa gedoken. Maar tegelijkertijd komen we weer uit op het centrale thema van de meeste van mijn blogs: global chains in welke vorm dan ook, waar power en money hand in hand gaan.
Katoen laat dat verhaal als geen ander product duidelijk zien.
Juli 2026